Voorbeelden van het gebruik van Weer gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nee, hij moest weer gaan werken.
Ik moet weer gaan slapen, ik ben zo moe.
We hopen dat we kunnen binnenkort weer gaan.
Wil ze nog steeds weer gaan werken?
Nee, hij moest weer gaan werken.
We zijn weer gaan werken.
Kan je weer gaan slapen?
we zullen zeker weer gaan.
We willen allemaal weer gaan verdienen.
Serral na 8-games heen en weer gaan met Reynor had uiteindelijk de overhand.
Ik ben weer gaan werken, Frank.
Ik wil weer gaan schaatsen bij het Rockefeller Center.
we zullen zeker weer gaan.
Dan moet ik echt weer gaan werken.
Elke week heen en weer gaan naar Topeka is gewoon.
Frank is weer gaan werken omdat hij wel moest.
Oh Nou, je zult weer gaan.
Ik wil weer gaan slapen.
Ik laat je niet weer gaan.
Ik wil weer gaan studeren.