Voorbeelden van het gebruik van Wegsturen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zal ik ze meteen wegsturen?
Ze kunnen hem net zo goed wegsturen.
Wat kon hij anders, een huilebalk wegsturen?
Ik kan je maar beter meteen wegsturen.
Kun jij hem wegsturen?
M'n eerste gasten. Ze wegsturen.
Ik zal haar wegsturen.
Je kunt ze beter wegsturen.
ze zou mij wegsturen als'overgevoelig.
Kun je die mensen wegsturen?
Eric, ga je al die mensen echt allemaal wegsturen?
Ik zal Boggs oplappen en hem wegsturen.
Het bestuur zou je meteen wegsturen.
We kunnen Galvin niet wegsturen.
Heb je spijt van het wegsturen van je aanbidders?
Je zou de verpleegster moeten wegsturen.
Ik zal ze wegsturen.
Ga je je vrouw wegsturen?
Denk je dat ik hem moet wegsturen?
Je mag Claudia en Dawn niet wegsturen.
