Voorbeelden van het gebruik van Afblijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Afblijven, ik ben je mama niet.
Afblijven. Dat is bloed.
Dat is niet van jou, dus afblijven.
Afblijven voor Salva.
Afblijven,!
Afblijven, je bent ook een Lichtkracht.
Je moet van deze zaak afblijven en ons onze gang laten gaan.
Ten eerste… Afblijven van m'n vest.
En je moet van me afblijven.
Hij vertelt kinderen dat ze van drugs moeten afblijven.
Ik kon er niet van afblijven.
Hoe kan het dat het je lukt om van me afblijven?
Hij kon er niet van afblijven.
Ze kan niet met haar handen van me afblijven.
Je moet met je poten van mijn script afblijven.
Wat heb ik gezegd: overal afblijven.
Ik kan niet van je afblijven.
Hij kan niet van zijn gezicht afblijven.
Ik zei afblijven.
Alleen kon die vent niet van me afblijven.