Voorbeelden van het gebruik van De bruid in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Lang leve de bruid en bruidegom!
Gelieve haar jurk omhoog en maak haar de mooiste bruid.
Leve de bruid.
De bruid en de piraat.
De toekomstige bruid?
En de hysterische bruid in de speelhal.
Waar is de blozende bruid?
De bruid ging dus naar het vrijgezellenfeest in een stripclub?
En de bruid… die heeft iedereen onder de tafel gedronken.
Op de bruid!
Je was de mooiste bruid die ik ooit gezien heb.
Blijkt dat de bruid een volle nicht van Tom is.
Waar is de bruid?
Israël als de trouweloze bruid.
De bruid moet iets lenen.
Je moet de bruid niet zien voor de bruiloft!
Ben je bevriend met de bruid of de bruidegom?
Het is normaal, dat de bruid op haar huwelijksdag nerveus is.