Voorbeelden van het gebruik van De sheriff in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij was de sheriff voor Bill.
De sheriff is hier.
De sheriff gelooft niet
De Sheriff gaf me uw naam en adres.
De sheriff en ik keken in de omgeving.
Klinken op de nieuwe sheriff.
De sheriff heeft een noodtoestand uitgeroepen.
De sheriff heeft Gregs ondervraging opgenomen.
De sheriff zit tien kilometer verderop.
Maakje niet druk, de sheriff gaat ons helpen.
Ik vertelde de sheriff, precies wat ik moest zeggen van pappa.
Ik ga de sheriff vragen om iemand uit Tustin te halen.
U hebt net de inauguratie van de nieuwe sheriff in 't kamp gemist.
Van de nieuwe sheriff, Clay Dean.
Ze helpt de sheriff, en kan goed omgaan met die Winchester.
Kijk, daar is de Sheriff nu, Little, stel jezelf voor.
Ik vraag de sheriff wat ik ermee moet.
Ik vertel de sheriff alles.
We laten de sheriff met rust. Dat heeft Dick gezegd.
Dus jij en de sheriff kunnen blijkbaar niet goed met elkaar opschieten.