Voorbeelden van het gebruik van Iets geven in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wilde hem graag iets geven.
Oh, Gabby, ik wilde je iets geven.
Steve, ik wil je iets geven.
Ik wil je iets geven.
zou hij me iets geven.
Kun je haar iets geven tegen het schreeuwen?
Kunt u, alstublieft, haar iets geven?
Je moet me iets geven, kom maar op.
Kan je niet iets geven voor de goede zaak?
Maar ik kan wel iets geven waardoor de pijn volledig verdwijnt.
Ik wil haar iets geven voor mijn vriend.
Ik wilde je iets geven.
Sorry dat ik stoor. Ik moet Howard iets geven.
Kunt u hem iets geven?
We moeten de pers iets geven.
De journaliste uitnodigen en haar moeder iets geven.
Ik ga u toch iets geven.
Je moet me iets geven.
Ik ga je iets geven voor de pijn die je straks zeker zal voelen.
Dus ga jij me iets geven waarmee ik Dempsey kan uitschakelen… anders schiet ik je door je kop.