Voorbeelden van het gebruik van Opgroeien in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het opgroeien van een kind tot 18 jaar, kost ruim $150.000.
Opgroeien met een familie die je vertelt
De prinses zal zeker opgroeien in sierlijkheid en schoonheid.
We laten hen opgroeien voor ons.
Uw kind moest opgroeien zonder vader.
Ik laat mijn baby niet opgroeien tot een monster.
Ik had geen vader bij het opgroeien.
Hij wou onze dochter niet in angst laten opgroeien.
Wij kunnen er daadwerkelijk voor zorgen dat kinderen vredig opgroeien.
Ik wou dat jullie samen hadden kunnen opgroeien.
Je moet eens opgroeien.
Weet je wat, jij moet ook opgroeien.
Ik haatte het dat Patti moest opgroeien.
Ik wil dat mijn zoon kan opgroeien in vrijheid.
Tenminste zag ik veel agenten opgroeien.
Ja, opgroeien.
Ik zou willen, dat mijn dochter kan opgroeien… in een land.
Samen leven en werken en opgroeien.
Omdat je dan gezond en sterk kunt opgroeien, zoals.
Laat ons naar Chili gaan, waar Pablito kan opgroeien met poëzie.