Voorbeelden van het gebruik van Opgroeien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Isaac vond om problemen te veroorzaken op het privé lagere school volgde hij bij het opgroeien.
En ze wil zo snel opgroeien.
Ik wil dat John hem zal zien opgroeien.
Bang zijn hoort gewoon bij opgroeien.
Ik weet het, maar ik wil niet opgroeien.
Opgroeien zonder hem wordt moeilijk.
Arme jongen, dat je hier moest opgroeien.
liefde, en opgroeien, en niet alleen met de kinderen.
Mijn vrouw, mijn kind zou nooit opgroeien.
zullen ze als dames en heren opgroeien.
Ze mag niet zonder moeder opgroeien.
Opgroeien zonder vader zal niet makkelijk zijn voor je kind.
Om mijn zoon te zien opgroeien, snap je?
Het belangrijkst is dat hij zal opgroeien.
Je moest rap opgroeien.
Ze mag niet zonder vader opgroeien.
Hij heeft al die jaren gemist, je niet zien opgroeien.
dit hoort bij opgroeien.
Opgroeien Schipper werd gewiegd in zijn armen.
Zonder hem opgroeien zal zwaar zijn.
