Voorbeelden van het gebruik van Oudje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Waarom speel ik het oudje?
Emilien, hoe is dat oudje gekleed?
En waar is dat oudje?
je het te druk had met dat oudje.
Zoiets zeg je… als je in de winkel tegen een oudje opbotst.
Wally, wil je gezien worden als het oudje in het team?
Rimpels als de kut van een oudje.
Joe, niet slecht voor 'n oudje.
Het hele proces heeft hij dat oudje amper aangekeken.
Dit is een oudje.
Moest u naar een oudje?
Wie, een oudje?
kastelen en oudje stadjes.
Waarom heb jij dan dat oudje gedood?
Het is een oudje.
Sorry dat dit oudje zich ermee bemoeit.
Je had het geld moeten nemen, oudje.
Mijn oudje is ook door de Duitsers gefusilleerd.
Wil je het zo spelen, oudje?
Wil je wat suiker, oudje?