Voorbeelden van het gebruik van Toneelstuk in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar Stuart repeteert zijn toneelstuk. Daarna slaapt hij bij Will thuis.
Hoe heette dat toneelstuk in Boston ook alweer?
Ik speel in dat toneelstuk, in de kerk.
Het is niet het toneelstuk, het is u. U bent zo… goed.
Dat toneelstuk van Beverly.
Otto Frank ziet het toneelstuk of de film nooit.
Vlot tampon en toneelstuk, zonder enige installatie of externe krachtbron.
Veel van Perry's toneelstuk films zijn vervolgens aangepast aan professionele films.
Dit is een toneelstuk. Wat ben je van plan, Dennis?
Het toneelstuk, Romeo en Julia?
Ze is een serveerster met een toneelstuk.
Alsof ik jaloers ben op een serveerster… met een idee voor een toneelstuk.
Geen film, geen toneelstuk, nooit meer.
Lees het verdomde toneelstuk!
Uwe Majesteit. Shakespeare eindigt dit toneelstuk met Desdemona gewurgd.
Ik verbied je dat toneelstuk te spelen!
Het is Oké. Ze weet van het toneelstuk.
Ik schreef zelfs een toneelstuk.
Hoe laat begint dat toneelstuk?
Het was tijdens een toneelstuk van je vader.