Voorbeelden van het gebruik van Ziener in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben de ziener.
Ik werd behandeld door een ziener.
was een Ziener.
De Ziener moet dood!
Wat weet je over de Ziener?
Oedipus ondervraagt Tiresias Tiresias, de ziener, de bron van waarheid.
De Ziener wordt beschermd door de Betoverden.
Ik zag de Ziener.
Een Ziener ziet dingen.
De ziener moet dit met opzet gedaan hebben.
Misschien door de Ziener gestuurd?
Jij bent een Ziener.
Hij is ziener.
Maar in m'n visioen doodde de Ziener jou haar magie.
Sarah was een ziener.
De explosie schakelde iedereen uit. De Ziener, de raadsleiders.
Het dorp was ook in de oudheid om zijn bekende ziener en orakel.
De persoon in de uitkijktoren is dus een onzichtbare ziener(Foucault 1995).
Ik blijf wel bij de Ziener.
Darryl, de Ziener.