Voorbeelden van het gebruik van Ziener in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik leid de Ziener wel.
We zien met een Enkel Oog, zeggen de Soefimeesters later. Eén Ziener.
Hij was een ziener.
Shens bezorgde ouders raadpleegden een ziener.
Daar ben je, Ziener.
Je had het mis, Ziener.
Ik heb de ziener meegebracht.
Ik zag de Ziener.
Zo heette ik altijd al, alleen zegt iedereen altijd Ziener.
Ik ben de ziener.
Een ziener is eenvoudigweg iemand die meer ziet dan anderen.
Tiresias, de blinde ziener, die alles reeds heeft meegemaakt.
Of u kunt ziener voor iedereen?
Het is de ziener meeste hits.
Nee, wel bij elke sjamaan en ziener van het westelijk halfrond.
Ik ben ziener.
Hij is ziener.
een onafhankelijke denker worden, een ziener, een profeet of een heilige.
De ziener van Patmos geeft de volgende beschrijving van de plaats van de school van het hiernamaals.
Mijn zeer geliefde dochter, jij moet weten dat de rol van de profeet verschilt van die van de ziener.