VIÓ - vertaling in Nederlands

zien
ver
observar
mostrar
considerar
verlo
verte
ves
verse
perciben
zag
ver
observar
mostrar
considerar
verlo
verte
ves
verse
perciben
gezien
ver
observar
mostrar
considerar
verlo
verte
ves
verse
perciben
ziet
ver
observar
mostrar
considerar
verlo
verte
ves
verse
perciben

Voorbeelden van het gebruik van Vió in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Ninguno de los niños vagabundos con los que hablé vió a Selina.
Geen van de straatkinderen die ik sprak, heeft Selina gezien.
Él te vió?
Zagen ze jou?
Alguien de fuera le vió pocos días antes de que muriera.
Een paar mensen zagen hem een paar dagen voor hij stierf.
La audiencia lo vió todo solo en silueta.
Die zagen alleen silhouetten.
La gente lo vió.
Mensen zagen het!
Un grupo de gente lo vió desde la ventana.
Een paar lui zagen het vanuit het raam.
Aparentemente, anoche la gente vió luces extrañas en el cielo.
Blijkbaar zagen mensen daar gisteren vreemde lichten in de lucht.
Vió Moses a dónde fue el diablo?
Zag Moses waar de duivel heen ging?
el doctor no vió tal banda.
de dokter heeft geen bende gezien.
Dios sabe que vió él en ella.
God weet wat hij in haar zag.
Mi papá nunca vió eso.
Mijn vader heeft dat nooit gezien.
¿Vió algo o qué?
Heeft u iets gezien?
Quizás oyó los disparos, y quizás hasta vió al asesino.
Misschien heeft hij de schoten gehoord, en heeft misschien de schutter gezien.
Un trabajo que ella vió como mató a su padre.
Een job waarvan ze gezien had hoe die haar vader het leven kostte.
Y vió a Rick metiendo la basura en el maletero de Lisa?
En je zag dat Rick afvalzakken aan het inladen was in Lisa's kofferbak?
No lo vió venir.
Ze zag het niet aankomen.
Vió a un hombre con un bastón.
Ze zag een man met een stok.
Vió al agua hacer ebullición?
Zag je dat water koken?
Vió lo que hizo?
Zag je wat ze deed? Heb je het gezien?.
Vió de lo que ellas es capaz.
Je zag waartoe ze in staat is,
Uitslagen: 1066, Tijd: 0.0531

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands