Voorbeelden van het gebruik van Broertje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat is precies de prijs van een wonder voor een klein broertje.”.
Broertje, gaat het goed met je?
Mijn kleine broertje heet Patrick.
M'n broertje en ik kampeerden vroeger vaak in de achtertuin.
Wanneer komt broertje of zusje?
Ramon heeft Luthers broertje een jaar geleden koud gemaakt.
Kleine broertje is nu een deel van onze familie.
Mijn broertje kijkt teveel TV.
En je kleine broertje, Lamin?
Jij bent Elena's broertje, Ik ken je al jaren.
Dat ik het broertje van mijn vriendin gemolesteerd heb?
Ik moet het broertje alleen spreken als het mogelijk is.
Je broertje Carter?
Kinderen voorkomen ontvoering broertje van bijna 2 jaar.
Hij was een soort broertje waar ik ook mee vocht en ruzie mee had.
Hij heeft een jonger broertje in de oliebusiness zitten daar.
En jij hebt geen broertje dat alles voor je betaalt.
Ik wil geen broertje. Die slaan alleen.
Goede kleine broertje van de belangrijkste PS art museum.
Puppets kleine broertje is opgepakt.