Voorbeelden van het gebruik van De kok in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De kok had de messen,
Sookie is de kok van het hotel.
James, de kok van the Independence Inn.
De kok maakt extra werk hier van de laatste maaltijd.
Vraag de kok hoe belangrijk een eierklopper in de keuken is.
Behalve de kok heeft niemand hem gezien.
De kok zijn vrije dag.
Grijp de kok.
Ik heb de kok gesproken.
Maar de geprezen kok Pietro Zito heeft dat allemaal veranderd.
De kok is een ninja
Ben jij de kok?
Ik zie… de kok uit het restaurant.
Er staat' kus de kok' in binaire code.
De kok wou m'n staart afhakken.
De kok de thief zijn vrouw amp haar lover.
De kok vraagt vaak om mijn suggesties… net
Als de kok dat goedvindt.
We vertrouwen de kok blindelings.
Hetzelfde met de kok, Broxton Langley.