Voorbeelden van het gebruik van De man was in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De man was blank… en de vrouw zwart.
De man was waanzinnig.
De man was bezeten.
De man was de kranten aan het bijvullen.
De man was raar.
Voelde aan als speciale krachten, de man was taai.
Het gezin in dat vliegtuig, de man was een klokkenluider.
De arme man was verliefd op een spook.
De man was boos, opgefokt
Onmiddellijk verdween de ziekte en de man was gezond.
Niet veel. De man was erg zakelijk.
Nee, de man was gek.
Erin, de man was losgeslagen.
Ik weet het, de man was ontrouw.
De man was wreed en methodisch.
Wat wil je dat ik daarop zeg? De man was een ster.
De man was een onbezongen held, okee?
De man was een held.
De man was een reus.