Voorbeelden van het gebruik van Dingetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De internetzeepbel was slechts een Amerikaans dingetje.
Je weet wel, dat dingetje.
De internetzeepbel was slechts een Amerikaans dingetje.
Dit kleine dingetje: we wisten niet eens dat het bestond.
Het IJslandse balsem dingetje.
Z'n dingetje.
Misschien is het een last-minute dingetje.
Jij bent een mooi dingetje.
Veel power voor zo'n klein dingetje.
Blauw… dingetje.
Er is nog een dingetje.
Dit is geen dingetje.
Een jeugd dingetje.
Waar is het dingetje?
Ja, dat is dit dingetje.
Waar is zijn dingetje?
Nog een dingetje.
Zoveel moeite voor zo'n klein dingetje.
Wij zijn het groene dingetje.
Ik moet het uitzoeken, wie steelt… dat… genomy… genomic… thermometer… dingetje.