ERBIJ ZIJN - vertaling in Spaans

estar ahí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
hier zijn
daar staan
daar zitten
aanwezig zijn
daarbinnen zijn
estar allí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
aanwezig zijn
daar staan
hier zijn
worden er
estar aquí
hier zijn
erbij zijn
hier staan
hier komen
om daar te zijn
hier te zitten
er zijn
hier wel
er hier
estar presente
aanwezig zijn
erbij zijn
zijn aanwezigheid
estemos allí
er zijn
daar zijn
erbij zijn
aanwezig zijn
daar staan
hier zijn
worden er
estén presentes
aanwezig zijn
erbij zijn
zijn aanwezigheid

Voorbeelden van het gebruik van Erbij zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Je moet erbij zijn, het is improviseren.
Tienes que estar allí, es improvisar.
Ik kan ze vragen binnen te komen, als je wilt dat ze erbij zijn.
Ahora, les puedo pedir que pasen… si quieres que ellos estén presentes.
Ik wil erbij zijn als Buffy.
Quiero estar aquí cuando Buffy.
Je moet erbij zijn, Mac.
Tienes que estar ahí, Mac.
Ik moet erbij zijn als ze gevonden worden.
Debo estar presente cuando los encuentren.
Alle studenten wilden erbij zijn.
Todos los estudiantes querían estar allí.
Ik wil erbij zijn, nu.
Quiero estar ahí ahora.
Ik wilde erbij zijn voor Luke.
Quería estar aquí con Luke.
Je advocaat moet erbij zijn.
Tu abogado necesita estar presente.
Dit project gaat van start over een week, en ik moet erbij zijn.
Este proyecto sale a la luz en una semana y necesito estar allí.
Geen idee, maar ik wil erbij zijn als je 't hem vraagt.
No lo sé. Sólo espero estar ahí cuando se lo pidas.
Ik moet erbij zijn als je wakker wordt.
Porque necesito estar aquí para cuando te despiertes por la mañana.
Als we mee willen werken aan een breed compromis moet Birgitte erbij zijn.
Si vamos a trabajar en un acuerdo, debe estar presente Birgitte.
Nee, ik wil erbij zijn.
No, quiero estar allí.
Clark wilde erbij zijn, maar hij peilt nu de reacties op je toespraak.
Clark quería estar aquí, pero cubre la reacción a tu discurso.
We willen erbij zijn, maar we moeten naar Milaan.
Yo quiero estar ahí. Todos queremos. Tenemos que ir a Milán.
Goed, maar ik wil erbij zijn.
Está bien. Quiero estar presente.
Misschien moet ik erbij zijn.
Quizá yo debería estar allí.
Jij bent AJ's beste vriendin. Je moet erbij zijn.
No, tú eres la más vieja amiga de A.J. Tienes que estar ahí.
Iemand moet erbij zijn.
Alguien debe estar presente.
Uitslagen: 246, Tijd: 0.1267

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans