Voorbeelden van het gebruik van Heet je in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe heet je kat?
Hoe heet je, jongeman?
Heet je Gallo?
Hoe heet je pa, liefje?
Maar vanavond heet je Julia.
Hoe heet je?
Hoe heet je opa?
Hoe heet je, broeder?
Hoe heet je echt,?
Hoe heet je mama?
Of heet je hier Mr Luthor?
Hoe heet je nieuwe boek?
Hoe heet je, kleintje?
Hoe heet je dan?
Hoe heet je ook alweer?
Of heet je Botwin?
Maar zo heet je, Edward.
Heet je echt Matthew?
Hoe heet je zoontje?
Hoe heet je eigenlijk?