Voorbeelden van het gebruik van Het oorlog in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze hebben 27 mensen vermoord en noemden het oorlog.
In de jaren 80 was er het koude oorlog drama.
Trouwens, als onze vaders hier lucht van krijgen, wordt het oorlog.
is het oorlog.
Nu zien jullie waarvoor jullie zouden vechten als het oorlog was.
dan is het oorlog.
U onderzoekt moord terwijl het oorlog is?
Ik weet dat het oorlog is.
Je hebt geluk dat het oorlog is.
Ik hoor dat het oorlog wordt.
Je moet begrijpen dat het oorlog was.
Jouw probleem is, zoon… dat je vergeet dat het oorlog is.
We richten ons op zeer specifieke zaken, nu het oorlog is.
is het oorlog.
is dat het oorlog is.
Zo wordt het oorlog.
Cybersecurity: is het oorlog?
Vluchteling op Kos: ‘Bij ons was het oorlog, maar we hadden tenminste onze waardigheid nog'.
Dus één goede raad: als het oorlog wordt, houd je er dan buiten.