Voorbeelden van het gebruik van Het oorlog in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En dan wordt het oorlog. Morgen ga ik weg.
Momenteel is het oorlog in Jemen.
Weet je dat het oorlog is?
Is het oorlog of zo?
Je doet alsof het oorlog is. Ja.
Dan is het oorlog dus!
Was het oorlog?
Dan wordt het oorlog op drie fronten Twee jaar?
En thuis was het oorlog tussen mijn ouders.
Omdat het oorlog is, vraag ik wel zelf iemand.
Alsof het oorlog was.
Is het oorlog?
We doen alsof het oorlog is.
Hoe eerder het oorlog is, hoe beter.
En het door oorlog verscheurde Polen.
Zeker nu het oorlog is?
Wordt het oorlog.
Als we niets doen… wordt het oorlog.
Goed, nu is het oorlog.
Dan is het oorlog.