Voorbeelden van het gebruik van Hoe heet hij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe heet hij tegenwoordig?
Ja, hoe heet hij?
Hoe heet hij?
Hoe heet hij? -Ilyas?
Hoe heet hij ook weer?
Hoe heet hij?
Die buurman van je, hoe heet hij ook alweer?
Prachtig. Hoe heet hij?
Hoe heet hij verder?
Hoe heet hij, Notaras?- Urban,?
Hoe heet hij ook alweer?
Hoe heet hij dan?
Hoe heet hij, Todd?
Hoe heet hij nu?
Hoe heet hij?
Ja, dat is… hoe heet hij ook alweer.
Je lag in bed met Oom hoe heet hij ook alweer?
Het doet me denken aan… hoe heet hij ook weer?
Eri hoe heet hij ook weer, die, terwijl hij sliep,
Eri hoe heet hij ook weer,