Voorbeelden van het gebruik van Hoe heet hij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe heet hij? Kom op!
Waar is… hoe heet hij ook weer?
Hoe heet hij ook alweer? Die nieuweling.
Hoe heet hij tegenwoordig?
Hoe heet hij toch?
Hoe heet hij ook alweer?
Geweldig. Hoe heet hij?
Jij en, hoe heet hij ook alweer?
Je zoon. Hoe heet hij?
Hoe heet hij?
Hoe heet hij ook alweer?
Hoe heet hij?
Hoe heet hij? Loterij.
Hoe heet hij? Rustig maar.
Hoe heet hij, of zij?
Hoe heet hij ook alweer?
Hoe heet hij ook aIweer?
Waarom… Hoe heet hij, Goran?
Hoe heet hij?
Jouw vriend… hoe heet hij?