Voorbeelden van het gebruik van In het vuur in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Kijk in het vuur, mijn koning.
In het vuur van Jan.
Die de onschuldigen in het vuur wil gooien.
Multilateralisme heeft in het vuur gestaan", klaagde hij.
Zet het product in het vuur en laat het 10 minuten koken.
Steek het in het vuur.
In het vuur proefde ze hun haat.
Daarom werden zij vanwege hun zonden verdronken en in het Vuur gedreven.
Wil je weten wat ik thuis in het vuur zag?
Uit de pan, in het vuur.
Ook zetten zij alle steden, die gevonden werden, in het vuur.
Jouw vader, haar man, in het vuur gooien?
Gooi mijn hoofd in het vuur.
Ze zeiden dat hij overleden was in het vuur.
Bran zuchtte en keek in het vuur.
Hij had zijn staart om zijn lichaam gewikkeld en staarde in het vuur.
Wil je de rest van je leven in het vuur zitten staren?
Dat hebben ze jou verteld, dat ze stierf in het vuur.
Je hebt het zelf gezien toen je in het vuur staarde.
Wat is een betere manier om zijn sporen te wissen dan verdwijnen in het vuur.