Voorbeelden van het gebruik van Je baan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Niet je baan, niet je vrienden.
Je baan opgegeven.
Hou me in je baan en je weet dat je me onder gaat trekken.
Manieren waarop je baan je ziek maakt.
Je baan delen met een vriend.
En je baan dan?
Zou 't eerlijk zijn als ik je vroeg je baan op te geven?
Of je bent ook je baan kwijt.
Ik ben net op borg vrijgelaten, en jij bent je baan kwijt.
Daarom haat ik je baan.
Jij bent straks je baan kwijt.
ben je je baan ook kwijt!
En dan wil ik dat je je baan overdenkt.
En je gaat je baan terugkrijgen.
Vooral als je met gewichten aan de slag gaat alsof het je baan is;
Wil je een debat over journalistiek… of wil je je baan behouden?
Zeg je vriendin dat dit je je baan kost.
