Voorbeelden van het gebruik van Mama moet in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mama moet op dieet.
Mama moet ergens heen.
Mama moet in het ziekenhuis blijven.
Mama moet nu tante Karen's leven redden.
Mama moet je laten gaan.
Mama moet werken.
Mama moet dronken worden.
Ja, mama moet nu aan het werk.
Mama moet op tijd naar haar werk.
Mama moet naar de wc.
Nu, Mama moet gaan en dit slot breken.
Waarom? Omdat mama moet werken in de winkel. Kom.
Mama moet vaarwel zeggen.
Mama moet werken om die gympen voor jou te kopen.
Mama moet gaan werken.
Nee, mama moet werken.
Mama moet weer werken.
Schat, mama moet even weg.
Mama moet aan 't werk.
Mama moet vaker weggaan.