Voorbeelden van het gebruik van Ook gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jij kunt ook gaan.
Laten we alle andere gevangenen ook gaan?
Jij kunt ook gaan als je wilt.
En ook gaan winkelen.
U kunt ook gaan winkelen, want er verschillende winkelcentra beschikbaar zijn.
Van Greve ook gaan regelmatig bussen naar Florence en terug.
Je moet ook gaan, Coop.
Ik kan ook gaan.
Mag ik nu ook gaan?
Ik moet ook gaan.
Ik moet ook gaan.
Ik moet ook gaan.
Ik moet ook gaan.
Als jij deelneemt, kun jij ook gaan.
Moet ik ze ook gaan arresteren?
Ik moet ook gaan, oma.
In Bali ook gaan ze vangen hun golf.
Onze studenten ook gaan om hun eigen bedrijven te vormen.
Je bent ook gaan naar de belangrijkste downloaden nodig hebt- Mac OS X Lion.
Ook gaan de Rotterdamse coaches een dag aan de slag met Cubaanse toptalenten.