Voorbeelden van het gebruik van Ook gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wil ook gaan.
Ja, en ik moet ook gaan.
Kom op, wegwezen. Wij moeten ook gaan.
Linda. Sorry, ik moet ook gaan.
Dan moet ik dus ook gaan.
Hé, ik wil ook gaan.
Jij kunt ook gaan, weet je.
De gasten kunnen ook gaan paardrijden(tegen betaling).
Ook gaan we naar Windows 7 mogelijk[…].
U kunt ook gaan voor een bezoek aan de MACBA en CCCB.
Eindelijk een plek waar je kunt ook gaan met uw hond in vrede.
U kunt ook gaan voor eenvoudige oefening voor het verhogen van uw borst.
We zijn ook gaan om te beginnen spreken meer mandarijn thuis.
We moeten ook gaan.
We moeten ook gaan.
Ik bedoel dat wij ook gaan.
Pap? Je kunt ook gaan hoor.
Ik moet ook gaan.
Jij moet ook gaan.
Op zee, kunt u ook gaan haai vissen.