Voorbeelden van het gebruik van Gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik krijg je hier vandaan. We gaan allemaal naar huis vandaag.
maar ik moet gaan.
maar we moeten gaan.
Waarom denk je dat de CIA een oorlogs crimineel laat gaan?
miljoenen universa gaan in hem.
De Kerstman wil dat we gaan.
Jongens, Jongens, Jongens, we moeten gaan! Laat het!
We gaan niet naar Chicago, we gaan naar New York?
Zodra de piloot hier is, gaan we naar huis.
We hadden een vent in hechtenis en ik liet hem gaan.
Instinctief gaan ouders hun kinderen commanderen.
Wou je me gaan vertellen dat me neus bloed?
Ik ben gaan inzien dat dit leven niet van mij is.
Dat wilde je gaan zeggen, toch?
En nu gaan jullie op reis. Op reis naar huis.
We gaan over een paar dagen naar Yale… voor de homoweek.
Ik dacht dat ik moest gaan kamperen in je kantoor om je te zien.
Gaan we pizza eten met Mauro en Serena?
We gaan nu live naar Leela met haar vluchtplan.
Maar je wilde weg gaan zonder afscheid van me te nemen?