GAAN - vertaling in Frans

aller
gaan
komen
variëren
wel
even
oplopen
weg
heengaan
go
naar toe
partir
gaan
weg
vertrekken
weggaan
verlaten
los
weglopen
verhuizen
verdwijnen
ervandoor
passer
doorbrengen
gaan
passeren
besteden
door te brengen
overschakelen
overgaan
voorbij
over te schakelen
er
continuer
blijven
verder
doorgaan
door te gaan
voortzetten
houd
voort te zetten
nog
verdergaan
voortzetting
faire
doen
maken
laten
hostel
wel
gebeuren
waardoor
krijgen
aandoen
zou
sortir
weg
eruit
uitgaan
naar buiten
gaan
verlaten
komen
buiten
weggaan
halen
commencer
beginnen
starten
gaan
eerst
allereerst
slag
aanvang
het begin
van start
filer
gaan
geven
weg
spinnen
ervandoor
volgen
glippen
wegsluipen
schaduwen
venir
komen
hier
gaan
meegaan
langskomen
zijn
hierheen
binnenkomen
halen
sont
worden

Voorbeelden van het gebruik van Gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Ik krijg je hier vandaan. We gaan allemaal naar huis vandaag.
Je te sors de là, et on rentre tous à la maison.
maar ik moet gaan.
mais je dois filer.
maar we moeten gaan.
il faut qu'on y aille.
Waarom denk je dat de CIA een oorlogs crimineel laat gaan?
Pourquoi croyez-vous que la CIA voudrait laisser filer un criminel de guerre?
miljoenen universa gaan in hem.
des millions d'univers rentre en Lui.
De Kerstman wil dat we gaan.
Le père Noël voudra qu'on y aille.
Jongens, Jongens, Jongens, we moeten gaan! Laat het!
Les gars, on doit filer, laissez tout ça!
We gaan niet naar Chicago, we gaan naar New York?
Mais on ne va pas a Chicago, on rentre a New York. New York?
Zodra de piloot hier is, gaan we naar huis.
Dès que le pilote arrive, on rentre à la maison.
We hadden een vent in hechtenis en ik liet hem gaan.
On avait un gars en détention et je l'ai laissé filer.
Instinctief gaan ouders hun kinderen commanderen.
Notre instinct de parents est de donner des ordres à nos enfants.
Wou je me gaan vertellen dat me neus bloed?
Tu allais me le dire quand que je saignais du nez?
Ik ben gaan inzien dat dit leven niet van mij is.
Elle m'a fait comprendre que ce n'était pas une vie pour moi.
Dat wilde je gaan zeggen, toch?
C'est ce que tu allais dire, n'est ce pas?
En nu gaan jullie op reis. Op reis naar huis.
Et maintenant vous partez en voyage, vous rentrez chez vous.
We gaan over een paar dagen naar Yale… voor de homoweek.
On part à Yale dans quelques jours. Pour la Semaine Gay.
Ik dacht dat ik moest gaan kamperen in je kantoor om je te zien.
Je pensais que j'allais devoir camper dans ton bureau pour te voir.
Gaan we pizza eten met Mauro en Serena?
Si on allait manger une pizza avec Mauro et Serena?
We gaan nu live naar Leela met haar vluchtplan.
On est maintenant en direct avec Leela qui nous parlera du plan.
Maar je wilde weg gaan zonder afscheid van me te nemen?
Mais tu allais partir sans même me dire au revoir?
Uitslagen: 42420, Tijd: 0.1226

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans