Voorbeelden van het gebruik van Ook gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En dit, moet ook gaan.
Wij moeten ook gaan.
Laten wij ook gaan.
Dat moeten wij ook gaan doen.
Laat me ook gaan.
Tarzan, wij moeten ook gaan.
Wij moeten ook gaan.
Seven, jij moet ook gaan.
Waarom? Wij kunnen ook gaan.
Ja. Jullie moeten ook gaan. Echt?
Ik moet ook gaan.
Ik moet ook gaan.
Misschien moeten wij ook gaan.
Jij moet ook gaan.
U zou ook gaan.
Ja, en ik moet ook gaan.
Of… we kunnen ook gaan.
Wij moeten ook gaan.
Ja, ik moet ook gaan.
Ik moet ook gaan.