Voorbeelden van het gebruik van Ook doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat moeten wij ook doen.
Bonviva kan dat ook doen.
Moet jij ook doen.
Zou ik ook doen.
En jullie moeten dat ook doen.
Dat kun jij ook doen.
Dat moet jij ook doen.
jij wilt de Eiger toch ook doen.
zou ik dat ook doen.
Ik eet gezond en dat moet jij ook doen.
Dat moet jij ook doen.
Ibandroninezuur Teva kan dat ook doen.
Dat moet ik ook doen.
Ik blijf bezig. Dat moeten jullie ook doen.
En dat zal hij ook doen.
Dat kunnen wij ook doen.
Dat gaat hij morgen ook doen.
Weet ik, gaan we ook doen.
Dat gaan we ook doen.
Ik wil dat ook doen.