Voorbeelden van het gebruik van Oppasser in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mr. Moore, wil je mijn DVD signeren van' De baby oppasser'?
Het is de vrouw van 'n oppasser.
Ze was altijd mijn zoons favoriete oppasser.
Hij is onze oppasser.
Paul zal niet meer jouw oppasser zijn.
Wat ben je, zijn oppasser?
Honden oppasser?
Ben jij de nieuwe oppasser?
Het laatste was ik nodig heb is een oppasser.
Dag twee met zijn oppasser.
Ik kreeg een paniekerig telefoontje van de oppasser om 17:30 uur.
Je gaat niet naar de S. E. C. met een oppasser.
Ik heb geen oppasser nodig.
maar ze behandeld je alsof je haar oppasser bent.
Wat je ook maar gehoord hebt over wat de oppasser naar verluidt gedaan heeft.
En jij bent niet mijn oppasser.
Ik ben niet z'n oppasser.
Ik ben niet zijn oppasser.
Mijn oppasser heeft een hartaanval.
Haar oppasser is in het gebouw.