Voorbeelden van het gebruik van Rij jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rij jij hier bij nacht.
Rij jij dan.
Rij jij in dat ding?
En dan ineens, rij jij in een nieuwe truck.
De volgende keer rij jij, oké?
Rij jij dan,!
Waarom rij jij niet?
Rij jij altijd door tot de laatste druppel in je benzinetank?
Rij jij een auto met automatische transmissie?
Hey, Joe, rij jij nog steeds in die Porsch van je?
Waarom rij jij?
Waarom rij jij met 'n taxi?
Welke truck rij jij?
Rij jij met die schoolbus daarbuiten?
Rij jij, Paul?
Rij jij nog steeds op die motor?
Vandaag rij jij.
Nu rij jij met de RV, terug naar Los Angeles.
Stel dat de vrouw op de opmerking van haar man antwoordt: Rij jij of rij ik?
Ja, als Michael belt, rij jij de straat uit met de sirene aan en we gebruiken het geluid om.