Voorbeelden van het gebruik van Wagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rustig aan met die wagen.
Jij gaat in de wagen met het goud.
Kan niet missen met wat jij op mijn wagen hebt gezet.
kwamen niet bij hun wagen terug.
Deze domkop greep me beet en zette me op de wagen.
De afdrukken die Ella in Fields transport wagen vond.
We hebben een maand lang ieder weekend een andere wagen.
Jij checkt zijn wagen.
Ga in de wagen.
Er is nog in de wagen.
Oproep voor wagen 41.
Maar er ligt scherpe munitie in die wagen.
Hoeft niet, ik heb m'n wagen.
Noem me geen radio, wagen 91.
Hij ligt in een wagen.
Er ligt geen geld in de wagen.
dumpte vervolgens zijn wagen.
U en die jongen kunnen toch niet in een wagen slapen?
Het is het nummer van een wagen op het spoorwegemplacement.
Dit is wagen drie.