Voorbeelden van het gebruik van Werkeloos in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
single en werkeloos.
Die zijn nooit werkeloos.
Hij is acteur, werkeloos.
Op een dag raakte ik werkeloos.
Parttime cowboys, fulltime werkeloos.
nu je weer werkeloos bent.
We zijn officieel werkeloos.
Dus ze is werkeloos?
Het probleem is… we zijn werkeloos.
armoede… moeder werkeloos, vader heeft een strafblad.
Veel mensen raakten werkeloos, ik ook.
Werkeloos en een Hypotheek niet kunnen betalen.
Ik ben al acht jaar werkeloos.
Ik kan niet werkeloos toekijken.
Hij was blut, werkeloos, woonde thuis.
Het is beter dan werkeloos te moeten toezien.
Tommy Luana, 25, werkeloos, geen familie.
Nee, de geest is nooit werkeloos.
Hij is dakloos, maar niet werkeloos.
Je vader was werkeloos.