Voorbeelden van het gebruik van Wurgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De thuggees zijn een Indiase sekte die hun slachtoffers wurgen.
Hij kwam de kamer in. Ik was zijn zus aan het wurgen.
Iedereen kan iemand in de badkuip wurgen.
Hij kwam terug en zag een man Gordon wurgen in zijn bed.
Dan moet je hem maar met het snoer van de lamp wurgen.
Hij kan niet eens een kat wurgen.
Ik had je kunnen wurgen, als je je kop niet hield!
Ik had hem willen wurgen met die stomme bretels.
Ga je me wurgen zoals de anderen?
Waar hij ze zou verkrachten, wurgen, ophangen of z'n prooi zou versnijden.
Voordat je me kunt wurgen, is zij dood.
Hoe noem je de fase van verdriet waarin je iemand wilt wurgen?
Het is alsof iemand me wil wurgen.
Ik zal die kutkat met m'n blote handen wurgen.
Ik zei toch dat ik je zou wurgen als je dat weer zou zeggen!
Moest ik je dan maar gewoon dood laten wurgen?
Waarom wou papa me wurgen?
Ik had je moeten wurgen in het Chatelet.
Ik ben sterk, ik kan je wurgen.
Hij had 'm kunnen wurgen.