Voorbeelden van het gebruik van Zijn partner in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij en zijn partner zijn ontsnapt voor de explosie.
En zijn partner, Dr Sean McNamara.
Als Jay zijn partner bedroog… Bracht hij het goud niet hier.
Ze hebben zijn partner vermoord en sindsdien is hij op wraak uit.
Enig advies voor iemand die zijn partner introduceert bij e-stim?
Slechte mens die zijn partner van de bovenkant van de heuvel neerschopt.
Wanneer een sociopaat zijn partner verlaat.
Iedereen kan morgen zijn partner verliezen.
Wel… hij is net zijn partner kwijt.
Nee, zijn partner.
Vertel me dat je zijn partner heb gevonden.
Ik ben niet degene die zijn partner doodde.
We zijn dan ook meer dan een provider: we zijn partner.
Ik bracht hem en zijn partner gisteren een bezoekje.
Ze zeggen ook dat hij zijn partner naaide met zijn handelsonderneming.
Hij bedroog niet zijn partner, zijn partner bedroog hem.
Cameron laat zijn partner Jimmy in de steek en laat hem overal voor opdraaien.
Vaak schreeuwt hij zijn partner op naam: Benitoooooo!!
Bob wordt zenuwachtig en vertelt zijn partner dat we hem door hebben.
Ik zag zijn partner op Cuba de dag voor het gebeurde.