Voorbeelden van het gebruik van Zongen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Daarna leerde ik ze aan m'n ouders, en zongen we allemaal.
De Bijbel zegt niet dat de engelen bij Jezus' geboorte zongen.
We roosterden marshmallows op het vuur en zongen Juanita in close harmony.
Herinnert u zich dat we dat vroeger zongen?
Ken je het liedje nog dat we vroeger zongen?
Misschien zongen de meisjes niet.
We zongen om beurten en vergaten de woorden.
Hoe zongen die woorden in zijn oren!
En zij zongen een nieuw lied, zeggende.
Toen zongen de klokken luider en dieper.
Hoe zongen die woorden in zijn oren!
We zongen samen liedjes als.
Wat zongen de Beatles ook alweer?
Als afsluiting zongen JLo en Shakira samen Let's Get Loud en Waka Waka.
De vraag was: zongen de vogels?
M'n dochter was vastgevroren aan de grond en zij zongen.
Ze waren maar vier jongens uit Jersey, totdat ze hun eerste noot zongen.
Weet je nog dat we dat zongen?
Weet je nog hoe we vroeger altijd zongen?
Ze waren maar vier jongens uit Jersey, totdat ze hun eerste noot zongen.