CASARA - vertaling in Nederlands

trouwde
casar
matrimonio
boda
se casa
casarnos
ten huwelijk
casara
CASARA
trouwen
casar
matrimonio
boda
se casa
casarnos
trouwt
casar
matrimonio
boda
se casa
casarnos
getrouwd
casar
matrimonio
boda
se casa
casarnos
huwelijk
matrimonio
boda
casamiento
matrimonial
casar
mala gana huwen

Voorbeelden van het gebruik van Casara in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Si me casara contigo, ganarías un marido pero perderías un amigo.
Als ik met je trouw, ben je een vriend kwijt.
Me gustaría que nos casara a mí y a Nancy McCoy.
Ik wil dat u ons trouwt, mij en Nancy McCoy.
Él nunca quiso que me casara con Charlie.
Hij wilde niet dat ik met Charlie ging trouwen.
La abuela me prometió que podía tener ese anillo cuando me casara.
Jouw oma heeft mij beloofd dat ik die ring mocht hebben als ik ging trouwen.
Y si se casara con otro,?
Wat als ze met iemand anders zou gaan trouwen?
Nunca quise que se casara con él.
Ik heb nooit gewild dat ze met hem ging trouwen.
No estoy diciendo que me casara.
Ik vraag je niet om met mij te trouwen.
Lo que menos querían era que se casara con una pobre como yo.
Ze wilden niet dat hij met een nul als ik zou trouwen.
Está tan contento por usted como si fuera él quien se casara.
Hij is net zo blij voor u als dat hij blij voor zichzelf zou zijn.
Sí, si me casara con el Sheriff.
Ja, als ik met de sheriff trouw.
Me rogaste que me casara contigo.- Es cierto.
Je smeekte me met je te trouwen.
¡Tú me pediste que me casara con ella!
Je vroeg me haar te trouwen!
Yo estaría orgulloso si mi hijo se casara con la chica que dejó embarazada.
Ik zou trots zijn als mijn zoon met z'n zwangere vriendin zou trouwen.
¿Te sorprendió que me casara con Paco?
Was je verbaasd dat ik met Paco getrouwd ben?
El año pasado intentaste convencerme de que me casara con Bass.
Vorige keer wilde je me nog overhalen om met Bass te trouwen.
Me manipuló, me engañó para que me casara con él.
Hij heeft me gemanipuleerd, misleidde mij om met hem te trouwen.
PARÍS No puedo creer que se casara con él.
Lk kan niet geloven dat ze met hem getrouwd is.
Imagina el estrés si me casara con Michael.
Stel je de stress eens voor als je met Michael gaat trouwen.
Sobre todo, que no se casara con mi madre.
Ik keur vooral het feit af dat hij niet met m'n moeder getrouwd is.
Bueno… Me pidió que me casara con él.
Nou, hij heeft me gevraagd om met hem te trouwen.
Uitslagen: 207, Tijd: 0.0988

Casara in verschillende talen

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands