Voorbeelden van het gebruik van Getrouwd in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Elk getrouwd stel maakt ruzie.
Niet getrouwd.
Douche, Getrouwd, Vrouw.
Drie kinderen en niet getrouwd.
Elk getrouwd koppel maakt ruzie.
Frank en ik zijn gelukkig getrouwd.
Vakantie, Getrouwd, Vrouw.
Daarom zijn we zo gelukkig getrouwd.
Buurman, Getrouwd, Vrouw.
Hij zei dat ik wettelijk met Franny getrouwd ben.
Technisch gezien wel, maar je bent getrouwd, dus is het dame.
Met in vitro verwijdering kunnen ze paren gebruiken die getrouwd zijn of.
En net nadat wij waren getrouwd, werd ik uitgezonden naar Irak.
Je was met haar getrouwd, hebt kinderen met haar.
Als men beslist getrouwd moest zijn, dan ook hoe eerder hoe beter.
We net getrouwd van Sydney en had gereisd vanuit België naar Amsterdam.
Zij is getrouwd met een Peruaan.
Je bent met die kapitein van het vrachtschip getrouwd, hè?
Olga de Wit en Wei Loon Lim zijn eind maart 2008 getrouwd.
De man die ze heeft bedrogen, is met een ander getrouwd.