LOS NEGOCIOS - vertaling in Nederlands

het bedrijfsleven
negocio
empresarial
el sector empresarial
el mundo empresarial
el sector
empresa
industrial
el mundo corporativo
a la industria
bedrijven
empresa
compañía
negocio
firma
explotación
sociedad
corporación
funcionamiento
zaken
caso
asunto
causa
cuestión
cosa
negocio
tema
materia
juicio
business
negocio
empresarial
comercial
empresa
zakelijke
empresarial
comercial
negocio
corporativo
profesional
empresa
business
zakendoen
negocio
comercio
empresa
hacer negocios
actividad comercial
ondernemingen
empresa
compañía
negocio
sociedad
corporación
empresarial
de zakenwereld
la comunidad empresarial
el mundo corporativo
en el mundo de los negocios
de los negocios
del mundo empresarial
empresas
el mundo comercial
het zakenleven
bedrijfskunde

Voorbeelden van het gebruik van Los negocios in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
El contenido educativo no se adapta a todos los negocios o nichos.
Educatieve inhoud past niet bij elke onderneming of niche.
Ahora, de vuelta a los negocios.
Maar nu ter zake.
Gracias a este cambio, los negocios pueden administrar su presencia orgánica de una manera más efectiva.
Door deze verandering kunnen bedrijven hun organische aanwezigheid effectiever beheren.
¿Qué sabe de los negocios de su marido?
Wat weet u van de zaak van uw man?
Además, los negocios globales de Trinseo están creciendo más rápido que nunca.
De wereldwijde bedrijfsactiviteiten van Trinseo groeien bovendien sneller dan ooit.
Después de la guerra, los negocios de reaseguro y no marítimos de Willis crecieron.
Na de oorlog groeiden de bedrijfsactiviteiten niet-maritieme verzekeringen en herverzekering.
¿Te interesan los negocios y el bienestar?
Ben je geïnteresseerd in zaken en welzijn?
Éxito en los negocios, top o símbolo de gol.
Succes in bedrijfs-, top- of doelsymbool.
No es que le guste mezclar los negocios con el placer.
Niks voor hem om zaken met plezier te combineren.
¿Por qué no dejamos los negocios en la oficina?
Waarom laten we het werk niet op kantoor?
¿Le interesan los negocios y el bienestar?
Ben je geïnteresseerd in zaken en welzijn?
El futuro de los negocios verdes se encuentra en la urbanización,….
De toekomst van groen ondernemen ligt in de verstedelijking,….
Los negocios operativos provienen principalmente de la actual división PD.
De operationele bedrijfsactiviteiten zijn hoofdzakelijk afkomstig van de huidige divisie PD.
Manejar los negocios globales.
Beheer van wereldwijde bedrijven.
Los negocios no podrán ser financiadas por préstamos de bancos de propiedad estatal;
De deals mogen niet worden gefinancierd door leningen van staatsbanken;
Los negocios de Trinseo a escala mundial también están creciendo más rápido que nunca.
De wereldwijde bedrijfsactiviteiten van Trinseo groeien bovendien sneller dan ooit.
Los negocios internacionales y la ética empresarial están integrados en todo el programa.
Internationale bedrijfs- en bedrijfsethiek zijn gedurende het hele programma geïntegreerd.
La primera regla de la guerra y los negocios es conocer al enemigo.
De eerste regel in oorlog en in zaken is: ken je vijand.
Pero los negocios.
Maar van zaken.
Sí, el castillo, los negocios, por no mencionar su buen nombre.
Ja, het kasteel, de zaak, zijn goede naam.
Uitslagen: 8080, Tijd: 0.0861

Los negocios in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands