TISCH DECKEN - vertaling in Nederlands

tafel dekken
tisch decken
beim tischdecken
dek de tafel
deck den tisch

Voorbeelden van het gebruik van Tisch decken in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ich wollte dich gerade fragen, ob wir den Tisch decken.- Natürlich?
Ik wou vragen, Natuurlijk. of je mij kon helpen de tafel te dekken?
Ich schicke jemanden zum Tisch decken.
Ik stuur wel iemand om de tafel te dekken.
Helft mir den Tisch decken.
Kom me helpen de tafel te dekken.
Kannst du bitte den Tisch decken?
Kun je je zus nu helpen de tafel te dekken, alsjeblieft?
Kannst du bitte den Tisch decken?
Help je zus even met de tafel dekken.
Jack kommt bald nach Hause, und ich muss noch den Tisch decken.
Jack komt zo thuis en de tafel is nog niet gedekt.
Jetzt geh, und hilf den Tisch decken.
Ga helpen de tafel te dekken.
Also hilf mir, okay? Dad sagte, wir sollen den Tisch decken, bevor Mom nach Hause kommt,?
Pap vroeg om de tafel te dekken voordat mam thuiskomt, dus help even, wil je?
Dann muss ich pünktlich zu Hause den Tisch decken. Ich muss Lebensmittel kaufen, damit wir frühstücken können.
Probeer ik op tijd thuis te zijn om de eettafel te dekken. Ik moet naar de supermarkt zodat wij samen ontbijt kunnen maken en dan.
Du kannst die Gäste einbeziehen, die weniger am Kochen interessiert sind, indem sie beispielsweise den Tisch decken oder servieren.
Gasten die niet per se willen koken, kunnen bijvoorbeeld helpen met het dekken van de tafel of je kunt ze cocktails laten maken.
so begab sie sich in ihr Kämmerlein zur Ruhe, bis man sie hieß den Tisch decken.
ging zij in haar kamertje zitten rusten tot zij haar riepen om de tafel te dekken.
Ich wollte dich gerade fragen, ob wir den Tisch decken.- Natürlich.
Ik stond op het punt om je te vragen om me te helpen de tafel te dekken. Natuurlijk.
Den Tisch decken?
Tisch decken, Mädels!
Meisjes, aan tafel!
Tisch decken, Mädels!
Aan tafel, meisjes!
Hilf mir beim Tisch decken.
Help mama de tafel maar dekken.
Ich kann einen Tisch decken.
Ik kan de tafel heel chic dekken.
Du sollst den Tisch decken.
Mam zei dat je de tafel moest dekken.
Keiner konnte den Tisch decken?
Kon niemand de tafel dekken?
Soll ich den Tisch decken?
Zal ik de tafel dekken?
Uitslagen: 201, Tijd: 0.0356

Tisch decken in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands