Voorbeelden van het gebruik van Afschieten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ga zonder reden dit kanon afschieten in je winkel.
Je kunt daar een kanon afschieten.
Nu moeten we jou afschieten.
Ik walg van mensen als jij. Negers afschieten?
helikopters die enorme raketten afschieten.
Er wordt gezegd dat ze de bek van een spreeuw kan afschieten op 100 meter.
laat ik jullie afschieten.
Dan wil ze me afschieten.
Kun je die in een rechte lijn afschieten?
Je kunt er niet mee leven, je kunt ze niet afschieten.
Kon je dat argument niet afschieten?
Manach al Bascha zal jullie afschieten als schumige honden!
nu bliksem afschieten.
We gaan de honden afschieten, Nipper.
Ik ga geen alarmpistool afschieten in huis.
Maar ik wil 'm zelf afschieten.
Hoe meer pijlen je kunt vasthouden, hoe meer je er kunt afschieten.
Je kan ervoor wegrennen, of ze afschieten.
Je kunt hier een kanon afschieten.
Toen hij naar buiten kwam… hadden we hem gewoon moeten afschieten.