Voorbeelden van het gebruik van Andere hand in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De andere hand.
Telefoonnummer in de andere hand.
Dat is je andere hand.
In je andere hand.
Met de andere hand.
En in zijn boek… zaten de sleutels in de andere hand.
Geef mij je andere hand.
Het zit in de andere hand.
Jouw andere hand.
Druk harder… en streel langs onder met de andere hand.
Ik kan hem bedekken met mijn andere hand.
Ik wil je andere hand zien.
Nu met de andere hand.
Ik wil je andere hand zien.
Ik wil je andere hand zien.
Ze leerde zichzelf om met haar andere hand te schilderen.
Andere hand zodat we hem kunnen zien, alsjeblieft.
Zodat je zijn andere hand kunt breken?
Neem met uw andere hand de pen en houd deze vast zoals een.
Je andere hand.