Voorbeelden van het gebruik van Bemin in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Behalve als ik jou bemin.
Marge, ik bemin je.
Echt, ik bemin niemand.
Ze weten dat ik te veel mannen bemin.
Maar mijn Constance die werd weggerukt van mijn zijde, bemin ik met mijn hart.
Vrouw: Ik bemin.
Ja, ik bemin hem.
Bemin… Vrouw.
Bemin iedereen?
Fluister het, bemin je hem?
Laten we even onderbreken voor reclame? Bemin alleen diegene die hetzelfde als hen denken.
Bemin het lichaam.
Toch bemin ik u.
Het tweede gebod: Bemin uw naaste gelijk uzelf.
Schat, bemin me vanavond.
Bemin dan ook niet als een slavin.
Hoe bemin ik je?
Bemin allen, vertrouw weinigen, doe niemand kwaad.
Ik bemin haar op afstand.
mijn tegenvaller dat ik het onmogelijke bemin.