BEWAPENEN - vertaling in Duits

bewaffnen
bewapenen
aufrüsten
upgraden
bewapenen
verbeteren
gewappnet sein
bewaffnet
bewapenen
zu einer Waffe machen
waffenfähig machen
Bewaffnung
bewapening
weapons
wapens
wapentuig
bewapend
munitiepakket

Voorbeelden van het gebruik van Bewapenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Hoe dan ook, we moeten ons bewapenen.
Nichtsdestotrotz sollten wir uns bewaffnen.
Ik kan me maar beter bewapenen.
Ich sollte mich besser bewaffnen.
Goed. Nou, laten we jullie twee bewapenen.
Gut. Bewaffnen wir Sie beide.
We moeten bewapenen en naar buiten gaan.
Wir sollten uns vorbereiten und wieder rausgehen.
We moeten ons bewapenen. Daarmee kunnen we onze apparatuur beschermen.
Wir werden uns bewaffnen müssen, damit wir unsere Ausrüstung retten können, wenn wir sie vom Camp holen.
We bewapenen een gewone schop 1 st.
Wir Arm eine gewöhnliche Schaufel 1 Stck.
Met het bewapenen van onze tank.
Unseren Panzer zu bewaffnen.
Ze bewapenen de mijnen.
Sie machen die Minen scharf.
We moeten ons bewapenen voor de strijd.
Wir müssen uns für den Kampf rüsten.
Nu moeten we ze bewapenen voor de laatste, belangrijkste stap… de vijand doden.
Wir rüsten sie nun für den letzten und wichtigsten Schritt aus, den Feind zu töten.
Ik moet mijn mensen bewapenen… om zich te verdedigen en de burgers te beschermen.
Um sich und die Öffentlichkeit zu verteidigen. Unsere Agenten müssen bewaffnet sein.
De rebellen in Jemen bewapenen, leidt enkel tot meer geweld.
Die Rebellen im Jemen zu bewaffnen führt nur zu mehr Gewalt.
Ze bewapenen torpedo's.
Sie aktivieren Torpedos.
De vijanden van Rome bewapenen?
Waffen den Feinden Roms geben?
We zijn dit schip aan het repareren en bewapenen.
Wir reparieren das Schiff und rüsten es mit Waffen nach.
Ze bewapenen.
Sie zu bewaffnen.
Raketten bewapenen.
Raketen scharfmachen.
We moeten ons bewapenen.
Wir müssen bewaffnet sein.
Wesley en ik gaan ons bewapenen.
Wesley und ich besorgen uns Waffen.
Moeten we wat er over is van het Vrije Syrische Leger bewapenen?
Sollen wir die Überbleibsel der Freien Syrischen Armee ausstatten?
Uitslagen: 126, Tijd: 0.0448

Bewapenen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits