Voorbeelden van het gebruik van Bloed geven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U kunt hem altijd meer bloed geven.
Ik zal bloed geven.
We mogen geen bloed geven.
Fijn, maar door je kankermag je geen bloed geven.
Laat me nou bloed geven.
Dan gaan we samen bloed geven.
Ik moet je bloed geven.
En als we geen bloed geven?
Je kunt nu echt geen bloed geven.
Ik wil wel bloed geven.
Nee, hij zal me z'n bloed geven om me te genezen.
Beide ouders moeten hun bloed geven.
Ons leven, ons bloed geven we voor jou, Bashar!
Bij 't Rode Kruis, bloed geven.
ga dan bloed geven.
Bloed geven is een positieve daad voor de naaste.
Blijf bloed geven.
Ons leven, ons bloed geven we voor de Golan!
Ik kan helaas geen bloed geven… vanwege een kriebel in mijn keel.
Ik moest bloed geven om jou te dekken.
