GELD GEVEN - vertaling in Duits

Geld geben
geld geven
geld krijgen
geld zijn
geld teruggeven
betaal
cash geven
geld bezorgen
Geld besorgen
geld bezorgen
geld krijgen
geld geven
geld regelen
geld halen
voor geld zorgen
geld leveren
geld zoeken
geld terugkrijgt
Geld spenden
geld geven
geld doneren
geld schenken
Kohle geben
geld geven
Geld übergeben
geld geven
Geld anbieten
geld bieden
geld aanbieden
geld geven
Geld leihen
geld lenen
geld geven
geld leen
Geld bieten
geld bieden
geld geven
Geld bekommen
geld krijgen
geld hebben
geld ontvangen
geld gegeven
geld komen
geld vandaan halen
Geld gebe
geld geven
geld krijgen
geld zijn
geld teruggeven
betaal
cash geven
geld bezorgen

Voorbeelden van het gebruik van Geld geven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
We moeten haar niet meer geld geven.
Wir müssen ihr nicht mehr Geld geben.
Hij moet je maar een huis en kleren en geld geven.
Er soll dir Wohnung, Kleidung und Geld besorgen.
ik wou z'n gezin geld geven.
ich wollte seiner Familie Geld spenden.
Ga je hem geld geven?
Willst du ihm Geld anbieten?
Waarom… waarom moet ik je alijd weer geld geven?
Wieso soll ich dir immer Kohle geben?
Ik moest het geld geven.
Dafür musste ich das Geld übergeben.
Maar hoe op aarde kunnen we ze waar voor hun geld geven?
Viel zu spät. Was können wir ihnen für ihr Geld bieten?
Waarom zou ik je geld geven?
Warum soll ich dir Geld leihen?
We kunnen hem geen geld geven.
Wir können ihm kein Geld geben.
Cut. Schat, niemand wil geld geven als het negatief overkomt.
Wenn sie einen negativen Vibe spüren. -Schnitt. Schatz, niemand will Geld spenden.
We kunnen je geld geven.
Wir können Geld besorgen.
Ga je hem gewoon geld geven?
Willst du ihm Geld anbieten?
Je moet het geld geven.
Du musst das Geld übergeben.
Dan zal ik je geld geven, dan kun je nieuwe sokken kopen.
Nochmals neue Socken kaufen? Würdest du dir, wenn ich dir mehr Geld gebe.
Ik kan je wat geld geven.
Ich kann dir Geld leihen.
Ik wou hem geld geven.
Ich wollte ihm Geld geben.
Meer geld geven.
Mehr Geld bieten.
Wil je me geld geven?
Willst du mir Geld anbieten?
Nou ik zal je opnieuw geld geven koop een paar nieuwe.
Nochmals neue Socken kaufen? Würdest du dir, wenn ich dir mehr Geld gebe.
Nic, ik kan je geen geld geven.
Nic, ich kann dir kein Geld geben.
Uitslagen: 378, Tijd: 0.0649

Geld geven in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits