BRANDDE - vertaling in Duits

brannte
verbranding
prikken
branderigheid
braden
branden
te branden
brandend gevoel
burn
het branden
staan
entflammte
ontvlammen
ontbranden
brennt
verbranding
prikken
branderigheid
braden
branden
te branden
brandend gevoel
burn
het branden
staan
brannten
verbranding
prikken
branderigheid
braden
branden
te branden
brandend gevoel
burn
het branden
staan
gebrannt
verbranding
prikken
branderigheid
braden
branden
te branden
brandend gevoel
burn
het branden
staan
niederbrannte
afbranden
verbranden
platbranden
in de fik steken
af te branden
in brand te steken
platgebrand
neerbranden
ätzte
etsen
etch

Voorbeelden van het gebruik van Brandde in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Je huid brandde als hete kolen.
Deine Haut brannte wie heiße Kohlen.
Door een stadsbrand op 27 april 1728 brandde de Stefanuswijk en haar kerk af.
Beim Stadtbrand vom 26. April 1728 brannten das Stephaniviertel und seine Kirche ab.
Een of ander ziekenhuis brandde af.
Ein Kinderkrankenhaus brennt ab.
Je licht brandde nog.
Es brannte noch Licht.
Ik zag… dat je licht brandde.
Brennt dein Licht noch.
Terwijl hij toekeek hoe Rome brandde.
Als er zusah, wie Rom brannte.
Omdat ik zag dat het lampje niet brandde.
Das Licht brennt nicht mehr.
Een op Leisure Lake, maar dat brandde af.
Einer am Leisure Lake, aber der brannte ab.
Heb je echt gewacht tot de shampoo m'n ogen uit brandde?
Hast du eigentlich gewartet, bis das Shampoo in den Augen brennt,?
Het licht in de slaapkamer brandde.
Im Schlafzimmer brannte Licht.
Nero speelde viool toen Rome brandde.
Nero spielte Geige, als Rom brannte.
En het brandde.
Und es brannte.
Ik brandde. Mijn huid brandde.
Ich brannte. Meine Haut brannte.
mijn hart brandde.
mein Herz brannte.
Elke cel in mijn lijf brandde.
Jede Zelle meines Körpers brannte.
Je brandde bijna 't huis af?
Und du brennst fast das Haus nieder?
Ik zag dat uw licht brandde.
Ich sah hier noch Licht brennen.
Ik brandde mijn hand aan het strijkijzer, ziet u?
Ich verbrannte mich am Bügeleisen. Verstehen Sie?
Die troep brandde in mijn gezicht!
Mein ganzes Gesicht hat gebrannt!
Ik brandde m'n tong.
Oh, Zunge verbrannt.
Uitslagen: 338, Tijd: 0.0448

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits