BRANDDE - vertaling in Spaans

quemó
verbranden
smelten
verbranding
burn
te verbranden
te branden
het verbranden
het branden
platbranden
u branden
ardía
prikken
aansteken
brand
te branden
smeulen
bles
vlammen
worden verbrand
het brandt
fikken
estaba encendida
ardió
prikken
aansteken
brand
te branden
smeulen
bles
vlammen
worden verbrand
het brandt
fikken
quemaba
verbranden
smelten
verbranding
burn
te verbranden
te branden
het verbranden
het branden
platbranden
u branden
quemaron
verbranden
smelten
verbranding
burn
te verbranden
te branden
het verbranden
het branden
platbranden
u branden
ardiendo
prikken
aansteken
brand
te branden
smeulen
bles
vlammen
worden verbrand
het brandt
fikken
quemé
verbranden
smelten
verbranding
burn
te verbranden
te branden
het verbranden
het branden
platbranden
u branden
estaban encendidas

Voorbeelden van het gebruik van Brandde in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Het brandde als de hel.
Se quemo como el infierno.
En toen brandde bijna het hele chemielabo af.
En ese momento casi quemamos todo el laboratorio de química.
Ik sliep terwijl mijn huis brandde.
Dormía mientras se incendiaba su casa.
Toen je die huls wou pakken, brandde je je vinger.
Cuando fuiste a recoger el casquillo te quemaste tu dedo.
Laatste keer dat ik dat deed brandde ik bijna ogen.
La última vez que hice eso casi me quemo el ojo.
Heb je gezien dat Sally sigaretten pakte en er Sylvia mee brandde?
¿Viste a Sally tomar cigarrillos y quemar a Sylvia con ellos?
In zevenarmige kandelaars brandde eeuwigdurend licht.
En candelabros de siete brazos ardían luces eternas.
De vorige keer dat we het aanstaken, brandde het huis af.
La última vez que los prendimos, quemamos la casa.
Toen ik laatst kreeft chiladas maakte, brandde 't huis bijna af.
La última vez que hice lango-enchiladas casi quemo la casa.
De oven was oververhit, het gebouw brandde bijna af.
El sistema eléctrico se recalentó y casi arde todo el edificio.
Zij brandde het getto plat, hij stak de sabbatkaarsen aan.
Mientras ella incendia el ghetto, El enciende las velas para el Sabbath.
Het brandde in 1741 af.
Se incendió en 1771.
Auto brandde nog toen ze aankwamen.
El coche todavía estaba ardiendo cuando llegaron.
De kerk brandde drie keer: in 1491, 1897 en 1945.
La iglesia se quemó tres veces: en 1491, 1897 y 1945.
Laten we zeggen er iets brandde, en het was niet van de zonneschijn.
Sólo digamos que algo se quemaba y no era por el sol.
Hij brandde onze garage bijna af?
¿El Oliver que casi incendia nuestro garage?
De romp brandde pas na het neerstorten.
El fuselaje no ardió hasta después del impacto.
Er brandde de hele nacht een lamp.
Dejaron una de las luces encendida toda la noche.
Harald brandde de stad in vlammen verzenden van schepen naar de haven.
Harald incendió la ciudad enviando naves en llamas hacia el puerto.
Iemand brandde vorige nacht mijn winkel af.
Alguien incendió anoche mi tienda.
Uitslagen: 441, Tijd: 0.0616

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans